POSTTRAUMATISCHE STRESSSTOORNIS ‘Kan je nog een normaal leven leiden na een PTSS behandeling?’

POSTTRAUMATISCHE STRESSSTOORNIS

‘Kan je nog een normaal leven leiden na een PTSS behandeling?’

Eindwerk vrije ruimte Humane Wetenschappen

 

 

 

 

Gemaakt door:                                                                    Begeleid door:

 

Laura De Winne, 6HWE3                                                Mevr. Houbrechts

Febe Vander Schueren, 6HWE3                                     Mevr. Derder

Wandert Vandeputte, 6HWE3

 

 

Schooljaar 2017-2018

3.VERWERKING EN CONCLUSIE

 

Om een conclusie te maken omtrent de onderzoeksvraag ‘Kan je nog een volstrekt normaal leven leiden na een PTSS behandeling?’, gaan we onze 3 onderzoekseenheden eerst los van elkaar bekijken. Om een antwoord te vormen op deze vraag hebben we onze focus gelegd bij 3 onderzoekseenheden: PTSS patiënten, PTSS hulpverleners en omgeving personen van personen met PTSS. Hierdoor krijg we een representatief antwoord op onze onderzoeksvraag en werken we niet van uit 1 invalshoek. We wilden peilen hoe deze 3 groepen het PTSS proces hebben ervaren.

 

We beginnen met de interviews van de PTSS patiënten.

We hebben 4 patiënten geïnterviewd, namelijk: Raoul Janssen en nog 3 vrouwen die  anoniem wensen te blijven. Dit staat in onze interviews vermeld als patiënt ‘X’, ‘M’ en ‘K’.

De oorzaak van Raoul Janssen zijn trauma ligt bij zijn buitenlandse militaire missies voor de Verenigde Naties. De oorzaak van het trauma bij persoon ‘X’, ‘M’ en ‘K’ liggen allebei bij seksueel misbruik. ‘K’ is ook in haar kindertijd verwaarloosd. Opvallend was dat ze alle 4 te kampen hadden met gelijkaardige symptomen. Zoals triggers (geluid en geuren), dit is in ons eindwerk vermeld onder de naam ‘hyperactiviteit’. Maar ook herbeleving, ontkenning, vermijden van sociaal contact en negatieve gedachten en stemming wat vaak resulteerde in een depressie en schaamte om met anderen te praten over hun PTSS.

Bij de gevolgen zagen we dat dit bij alle 4 leidde tot slapeloosheid. Of de persoon in kwestie nog zelfstandig kon functioneren zagen we niet snel gelijklopende antwoorden. Patiënt ‘X’ vertelt dat ze eerder van zichzelf al vrij zelfstandig is aangelegd maar wel moeilijkheden ondervindt door haar constante triggers. Patiënt ‘K’ gaat hier op een volledig andere manier met om, ze wou haar juist zo zelfstandig mogelijk opstellen en geen hulp van anderen krijgen. Raoul had hier wel veel moeite mee, aangezien hij door zijn gebrekkige slaap weinig energie had. Bij de vraag of ze veel op steun van hun omgeving konden berusten zien we zowel bij patiënt ‘X’, ‘M’ en ‘K’ dat ze op hun omgeving konden rekenen maar dat ze dit zelf niet toe lieten. Omdat ze niet open over hun PTSS waren tegenover anderen. Raoul kon daar in tegen veel rekenen op de steun van zijn collega’s aangezien ze in hetzelfde vak zitten, ze weten wat je elke dag opnieuw meemaakt. Er zijn ook een opvallende gelijkenis tussen Raoul en Patiënt ‘X’, hun PTSS is veel later vastgesteld na het oplopen van hun trauma. Bij patiënt ‘K’ en ‘M’ is dit niet het geval.

De meest toegediende behandeling bij alle 4 de gevallen is de EMDR-behandeling.  Andere gelijkenissen in behandelingen waren traumaverwerking en stabilisatie. Ze beschrijven alle 4 het proces als zeer intensief. Patiënt ‘K’ en ‘M’ beschrijven het proces ook als angstig. We zien ook bij patiënten ‘K’, ‘Y’ en Raoul dat de therapeut/psycholoog een zeer belangrijke rol speelt in het herstel. Bij Raoul, ‘M’ en ‘X’ speelt de omgeving ook een essentiële rol, bij patiënt ‘K’ is dit niet het geval. De visie van Raoul, ‘M’ en ‘X’ op het leven is enorm veranderd na hun behandeling, ze staan nu veel positiever in het leven. Patiënt ‘K’ zegt dat haar visie niet veranderd is.

 

Als raad voor personen met PTSS zien we een gelijklopend antwoord, namelijk zo snel mogelijk in behandeling gaan en praten over je trauma. Kan je nu nog een normaal leven leiden na een PTSS behandeling? Raoul, ‘M’ en ‘X’ zeggen van wel, het zal altijd een deel van jou blijven maar je leert er met omgaan. Je kan immers nooit echt van PTSS genezen. Patiënt ‘K’ legt duidelijk de nadruk op dat dit van persoon tot persoon afhangt, de oorzaak van het trauma speelt een belangrijke rol. Maar uiteindelijk heeft ook zij nog een normaal leven kunnen leiden en met haar trauma leren omgaan.

 

Als we nu een conclusie moeten maken op het antwoord van onze onderzoeksvraag zien we dat je wel degelijk nog een normaal leven kunt leiden na een PTSS behandeling. Maar je kan nooit echt genezen van PTSS, je leert er met omgaan. PTSS zal altijd een deel van jezelf blijven. PTSS is een psychische ziekte waar je een litteken aan overhoudt.

 

 

Onze tweede onderzoekseenheid zijn mensen in de naaste omgeving van de personen met PTSS.

In totaal hebben we twee omgeving personen geïnterviewd.

De eerste persoon die we hebben geïnterviewd is de omgeving persoon – die anoniem vermeld wil worden – ‘Y’ van de patiënt ‘X’. Ze is leerkracht en ‘X’ is haar beste vriendin. Ze speelt een belangrijke rol in het leven van ‘X’.

Onze tweede omgevings persoon is Wiep Hamstra, een zelfstandig ondernemer, eigenaar van een bedrijf en consultant. Ze is een moeder van twee kinderen. Bij Wiep was het niet haar beste vriendin die met PTSS te kampen had, maar haar ex-man die PTSS had opgelopen tijdens een defensie missie in Afghanistan. Wiep vertelt ons dat ze bij het herstel niet echt een grote rol heeft gespeeld. Haar ex-man duwde haar als maar verder weg. Men ziet dus dat het afhangt van persoon tot persoon hoe men zich gaat openstellen naar de omgeving toe. Bij de ene kan de steun uit de omgeving belangrijker zijn dan voor de andere. Ze kiezen er zelf voor of ze hun verhaal vertellen aan iemand waarmee ze een sterke band hebben en die ze vertrouwen. Beide personen die PTSS hebben, vertonen verschillende symptomen en gevolgen. Zo heeft persoon ‘X’ te kampen met slapeloosheid en depressie. De ex-man van Wiep heeft agressieproblemen en is extreem actief op ongewone momenten. Over zelfstandigheid gesproken kon patiënt ‘X’ nog volledig zelfstandig functioneren. Ze had immers ook het liefst dat ze alleen was en geen sociaal contact had. De ex-man van Wiep had het veel moeilijker. Hij kon namelijk niet zelfstandig functioneren en dit was te merken op verschillende vlakken. Na een tijdje werkte hij niet meer omdat hij niet meer goed kon functioneren op het werk. Hierdoor heeft hij een stap achteruit genomen en is uiteindelijk bij de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg terecht gekomen. Hierdoor brak ook het contact met Wiep en hun twee kinderen. Dit had een zware impact op haar leven en die van hun kinderen. Persoon ‘Y’ had in tegenstelling tot Wiep wel een belangrijke rol in het genezingsproces. Ook al wist ze dat ‘X’ niet veel over haar proces wou praten, toch wist dat ze altijd bij haar terecht kon als het ze het even moeilijk had. Dit is ze in verloop van tijd ook meer en meer gaan doen. Toch waren er nog altijd tegenslagen in het genezingsproces. Af en toe waren er twijfels bij het behalen van haar doelen waardoor ze soms 3 stappen vooruit ging om nadien weer 1 stap terug te gaan, maar dat is nu eenmaal zo tijdens een genezingsproces. Bij Wiep had ze er geen idee van. Haar ex-man sprak nooit tegen haar, dus wist ze niets van zijn genezingsproces. Ze vertelde dat hij volledig veranderd is door zijn trauma. Zijn trauma blijft met zich meeslepen en hij zal nooit meer de oude zijn. Het is dus moeilijk om te spreken over een normaal leven bij hem. Bij ‘X’ weet men niet of een normaal leven nog mogelijk is. Ze zal het altijd moeilijk blijven hebben met wat er gebeurd is, maar uiteindelijk zal ze wel opnieuw kunnen openbloeien.

De conclusie die we kunnen trekken in verband met onze onderzoeksvraag is dat de meningen gedeeld zijn. In sommige gevallen kan men wel degelijk nog openbloeien en een normaal leven leiden, maar soms heeft de trauma zo een grote impact gehad op het leven waardoor men een totaal ander persoon is geworden. Dit is niet altijd positief.

Onze derde onderzoekseenheid zijn hulpverleners.

We hebben vier hulpverleners geïnterviewd, namelijk Kimberley Van Nieuwenhove, ‘K’, Pieter-Jan De Schryver en Christa. Deze hulpverleners ervaren hun werk allemaal anders.

Kimberley vertelde ons dat de patiënt zich vijandig kan opstellen, maar dat er anderzijds een gemakkelijke therapeutische relatie met vol vertrouwen kan ontstaan.

Hulpverlener ‘K’ beschrijft haar werk als leuk en interessant.

Christa ervaart haar werk als een belangrijk deel van haar leven.

Pieter-Jan vindt het belangrijk om een luisterend oor te zijn voor mensen in nood.

De motivatie om hulpverlener te worden ligt dan ook verschillend. Voor hulpverlener Christa was het eigenlijk geen bewuste keuze om mensen met PTSS te helpen, maar zij vonden de weg naar haar praktijk. Hulpverlener Kimberley vond dat er te weinig aandacht is voor het helpen van centrale problemen die in contact zijn gekomen met een trauma in het verleden. Pieter-Jan geeft een gelijkaardig antwoord, maar legt de nadruk meer op de noodzakelijkheid van psychologen in deze tijd.

We hebben de vraag gesteld welke trauma’s die bij hun patiënten het vaakst voorkwamen, daaruit kwamen verschillende trauma’s aanbod. (Seksueel) misbruik, verwaarlozing en mishandeling waren de trauma’s die het meest vernoemd worden. Daarnaast was er ook sprake van langdurig kinderlijk trauma, het plots verlies van een naaste en pesterijen.

De klachten waar de patiënten bij de hulpverleners mee kwamen waren vooral herbeleving en hyperactiviteit. Andere klachten die vernoemd werden, waren wantrouwen, machteloosheid, nachtmerries, problemen met emoties, angst en paniekaanvallen.

De gevolgen van deze klachten waren over het algemeen gelijk. Zo werd slapeloosheid vaak als grootste gevolg gezien. Een ander gevolg was het vermijden van sociale situaties.  Alle andere gevolgen zoals relatieproblemen, machteloosheid,concentratieproblemen.. kunnen we kortom zien als een beperking van de levenskwaliteit, althans beweert hulpverlener Christa.

De behandelingen die werden gehanteerd door de hulpverleners waren allemaal verschillende behandelingen. De meest voorkomende behandeling is EMDR. Dit zien we ook bij de patiënten terugkomen. Andere vermelde behandelingen zijn exposure therapie, psychoanalyse en cranio-sacraal therapie. De voorkeur van de behandeling was altijd logischerwijs de behandeling die ze hanteren. We vroegen de hulpverleners naar welke tegenslagen zoal kunnen optreden en daaruit volgde één gelijkenis tussen ‘K’ en Pieter-Jan. Zij spreken van het terugvallen. Daarnaast kunnen er ook nog andere tegenslagen optreden zoals stagnatie van verwerking, dit wordt vermeld door hulpverlener K. Bijkomende stress situaties die de genezing moeilijk maken, is ook een mogelijke tegenslag zegt Christa. Kimberley wijst op het gevaar dat je als hulpverlener de patiënt in een slachtofferrol duwt.

Een belangrijke rol in het herstel is volgens Pieter-Jan, Christa en Kimberley een goede therapeutische relatie. Dit vinden we ook terug bij de vraag wie een belangrijke rol speelde in het herstelproces van de patiënten. Een ander vaak vernoemd genezings element is praten! Dit vinden we ook terug bij de patiënten dat het genezingsproces versneld door over hun trauma te praten. Hulpverlener ‘K’ sprak over het hebben van een helder plan. Als men niet weet wat men moet doen, dan zal men niet ver komen. Verder vermeldde ze ook het hebben van doorzettingsvermogen en sociaal contact. Christa had het vooral over de belangrijke rol van een ondersteunde leefomgeving. We vroegen of we vergeving als een deel van de behandeling konden zien. De antwoorden waren gedeeltelijk gelijklopend. Pieter-Jan, Christa en Kimberley zien de vergeving eerder als een acceptatie van het trauma. Kimberley vermeldde dat vergeving niet een doel op zich mag zijn. Het is moeilijk om zichzelf te vergeven, maar het is niet noodzakelijk. Hulpverlener ‘K’ stemde wel toe dat het een deel van de behandeling is.
De meerderheid van de hulpverleners gaven aan dat ze geen spanningen ondervonden. Hulpverlener ‘K’ haalde aan dat een bepaalde spanning gezond kan zijn. De raad die onze hulpverleners gaven was om zo snel mogelijk in behandeling te gaan en zeker niet blijven kampen met hun problemen.

 

Een van onze belangrijkste vragen was of men nog een normaal leven kan leiden na de behandeling van PTSS. De commentaar die hierop kwam van Kimberley en ‘K’ is wat we onder ‘normaal’ kunnen verstaan. Hieruit volgde dat  weldegelijk een gelijklopend antwoord. Ze zijn akkoord dat men terug een ‘normaal’ leven kan leiden als men succesvol genezen is. Christa spreekt van een ander kwaliteitsvol leven. We kunnen concluderen dat je zeker nog een normaal leven kunt leiden na een PTSS behandeling. Ze gaven wel allemaal aan dat het een deel van je leven zal blijven.

 

Eindconclusie:

Nu we onze 3 onderzoekseenheden los van elkaar hebben bekeken, kunnen we een algemene conclusie maken over onze onderzoeksvraag. ‘Kan je nog een normaal leven leiden na een PTSS behandeling?’.
We kunnen concluderen dat een normaal leven leiden na de behandeling mogelijk is. Bij elke onderzoekseenheid werd vermeld dat je door PTSS altijd een litteken zal overhouden. Na de behandeling wordt het duidelijk dat de patiënten weer goed kunnen functioneren in het dagelijkse leven. De patiënten streven doorheen de behandeling naar een positieve ingesteldheid in het leven. De hulpverleners stemmen hier ook met toe, je leert met het trauma leven. De patiënten weten hoe ze moeten reageren op bepaalde situaties die hen doen terugdenken aan hun traumatische gebeurtenis.