Militair John Kunstman (1961-2017) was strijdbaar tot het einde

In een jaar tijd werd hij als Unifil-militair een ander mens, maar de strijdbaarheid verliet hem nooit.

Hij had een hekel aan honden, die kwamen het huis niet meer in. Tot op een van zijn vele doorwaakte nachten voor de televisie hem de waarde van hulphonden voor Australische oorlogsveteranen werd geopenbaard. Om half vijf wekte hij zijn vrouw, die hem voor gek verklaarde toen ze hoorde dat hij al een hond op internet had uitgezocht.

Doortastendheid, vastbeslotenheid en volharding waren typerende kenmerken voor John Kunstman. Eerder had hij daarmee zijn naar Taiwan ontvoerde kinderen in Nederland teruggehaald en zijn vrouw Angeniska met een nieuwe knie uit haar rolstoel gekregen. Typerend was ook zijn directe handelwijze, waarbij hij de omgekeerde weg pleegde te bewandelen.

Zoals met de labradoodle, die tijdens een uitje met het hele gezin in Brabant werd opgehaald. Pas daarna werd Hulphond Nederland gebeld met het verzoek een soortgelijk trainingsproject als in Australië en Amerika op te zetten, waarbij John de directeur onmiddellijk bij hem thuis ontbood. Die had begrip voor de militaire directheid van de Libanonveteraan die kampte met posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Dat begrip was er altijd bij zijn vrouw Angeniska Snippe, die als gevolg van een dramatisch ongeluk vergelijkbare klachten heeft. Maar het went nooit als je man zich ’s nachts in een oorlogssituatie waant en zich beschermend bovenop je werpt, schreeuwend dat je moet bukken voor kogels.

 Het went nooit als je man zich ’s nachts in een oor­logs­si­tu­a­tie waant en zich beschermend bovenop je werpt

‘Buddy’

Dat was voorbij nadat hij in 2012 als eerste Nederlander met Teddy een getrainde hulphond voor getraumatiseerde veteranen kreeg. Zodra John tijdens de slaap kampte met een herbeleving en ging transpireren, herkende de hond dat aan de geur en wekte hem.

Zijn ‘buddy’ maakte zijn wereld ruimer. Met de onafscheidelijke hond aan zijn zijde liet John zijn constante alertheid varen, werd rustiger en kreeg meer energie. De man die zich nooit in mensenmassa’s begaf of in kleine, drukke ruimtes, stapte in de trein of ging met zijn gezin naar een pretpark. Ook Angeniska kreeg rust, ze hoefde hem niet meer overal naartoe te vergezellen.

Het had 32 jaar geduurd voordat John een remedie had gevonden om de spoken in zijn hoofd te temperen. Nadat het eerder 24 jaar had geduurd voordat de verklaring was gevonden voor zijn continue hoogste staat van paraatheid, agressie, angsten en vluchten voor emoties.

Nooit was John en zijn kameraden bij Unifil duidelijk voorgespiegeld wat hen in Libanon stond te wachten. Op het gebied van hulpverlening aan oorlogsveteranen was begin jaren tachtig nauwelijks ervaring. Hoe makkelijk was het niet om bij klachten te wijzen op een moeilijke jeugd. Met gescheiden ouders en een moeder aan de drank had hij het als avontuurlijke jongen moeilijk met de discipline thuis. Een strak regime maakte zijn opleiding bij de zeevaartschool tot een mislukking.

Hij hield het bij gebrek aan geborgenheid thuis niet uit. Op zijn veertiende vluchtte hij weg voor een vakantiebaantje op Vlieland. John zocht liefde en kameraadschap, de militaire dienst bleek ondanks de discipline voor hem een uitkomst. Zeker binnen de zware Unifil-opleiding in de Charlie-compagnie van het 42e Pantser Infanteriebataljon.

Daar leerden de jongens voor elkaar door het vuur gaan en ontstond tussen John, Frank Mulders en Twan Frencken een band voor het leven. Zij zagen zichzelf en elkaar tijdens de opleiding en vooral in het half jaar Libanon totaal veranderen. Voor de laatste was dat halverwege de jaren tachtig zo ondraaglijk, dat hij uit het leven stapte. Frank zorgde de afgelopen maanden samen met Angeniska voor de doodzieke John, nadat hij eindelijk rust en geluk dacht te hebben gevonden.

De ‘Libanon-tik’

Op zijn achttiende verjaardag kwam John in de Isabellakazerne in ‘s-Hertogenbosch aan als ‘een kind dat aan het handje moest worden gehouden. Na een halfjaar in oorlogsgebied was hij een vent die iedereen de hersens in kon slaan’.

Post 7-1 Alfa waar John diende bleek de meest beschoten post van de Nederlandse missie. Hij voelde er de kogels rond zijn oren fluiten, zag maten doordraaien en voor zijn ogen een sergeant sterven in de vrachtwagen die op een landmijn was gereden.

Daarbij kwam de frustratie dat hij er niets kon uitrichten. Zelfs als hij onder vuur lag, moest toestemming worden gevraagd om terug te mogen schieten. Voor dat alles was één remedie: de ‘Libanon-tik’, de knop waarmee in het hoofd alles op onverschillig werd gedraaid.

Terug thuis was de overgang abrupt, alles voelde aan als saai en eentonig. John voelde dat er iets grondig mis was, hij was een ander mens geworden. Terugkijkend noemde hij zichzelf in het boek ‘De strijd van een Libanonveteraan’, dat op zijn verzoek werd geschreven door de voormalige journalist met Libanonervaring Sjoerd Post, een wandelende tijdbom die soms volkomen door het lint ging en door niemand werd begrepen.

Hij kon niet bevroeden dat hij na zijn periode bij Unifil een niet aflatende strijd zou voeren op verschillende fronten. Het advies ‘ga maar lekker fietsen’ hielp hem niet verder, hij kropte de problemen op.

Terugkijkend noemde hij zichzelf een wandelende tijdbom die soms volkomen door het lint ging en door niemand werd begrepen.

Maalstroom

Als medicijn tegen de verveling stortte John zich op minstens elf uiteenlopende banen over de hele wereld. Hij maakte werkweken van 80 tot 90 uur; stelde steeds scherpere tijdslimieten voor projecten, deed een avondstudie MTS en HTS werktuigbouw, haalde in Texas zijn vliegbrevet en offerde zijn eerste huwelijk. Alles om maar geen tijd te hebben om na te denken.

In 2002 stortte hij in toen in Oekraïne twee mannen een pistool op zijn hoofd zetten en hem beroofden. Alle spanningen, angsten en frustraties kolkten naar boven. Twee jaar later kwam John in een maalstroom van problemen terecht. Hij was gescheiden van de Taiwanese Monika en was bang dat zij hun zoon en dochter mee zou nemen naar haar geboorteland. Hij wees de kinderbescherming en jeugdzorg daarop.

De waarschuwingen werden in de wind geslagen, zijn vrees voor een ontvoering bewaarheid. John, die leefde voor zijn kinderen, wilde hen koste wat kost terug halen. Vanwege het ontbreken van een uitleveringsverdrag tussen Nederland en Taiwan kon hij daarbij niet op overheidssteun rekenen. Totaal onverwacht kwam het telefoontje dat hij ze alsnog mocht komen ophalen.

Net zo onverwacht kwam de diagnose van zijn klachten, posttraumatische stressstoornis. Na 25 jaar kon hij eindelijk een gericht behandelingstraject doorlopen. Hij had er bovendien een levensdoel bij: de zorg voor zijn toekomstige vrouw Angeniska, zijn overbuurvrouw en kapster.

Ze kenden elkaar al lang, toen Angeniska tijdens een vakantie op het Griekse eiland Kos door een ongeval met een scooter haar man Richard verloor en zelf zwaargewond raakte. Haar onderbeen verbrijzeld, heup en bekken gebroken. Ze was veroordeeld tot een rolstoel, kampte ook met PTSS, trok zich terug en raakte aan de drank. John herkende de verschijnselen, ontfermde zich over haar en zocht volhardend elders toen artsen in Assen haar niet aan een kunstknie wilden helpen.

De twee trouwden in 2007, breidden hun gezin uit met een dochter en leken met de komst van hulphond Teddy de tegenslagen te boven. John had eindelijk liefde en geborgenheid gevonden. In de leegstaande kapsalon in Bovensmilde werd een veteranencentrum ingericht waarvoor John zich als voorzitter en Angeniska als gastvrouw inzetten.

 Frank was de enige die John ronduit op zijn tekortkomingen kon wijzen

Valpartijen

Het geluk werd versterkt door het weerzien met Frank Mulders in 2009, nadat ze elkaar een tijd uit het oog hadden verloren. John en Frank konden warme, diepgaande gesprekken voeren, of lange tijd zwijgend bij elkaar zitten. In beide gevallen begrepen ze elkaar. Frank was de enige die John ronduit op zijn tekortkomingen kon wijzen, van een ander had hij dat niet geaccepteerd.

John was ook lichamelijk beschadigd uit Libanon teruggekeerd. Toen zijn pantserwagen onder schot werd genomen door een Israëlische kanonneerboot, belandde hij bij een noodsprong vier meter lager op zijn al geblesseerde voet. Daar moest hij nogmaals aan worden geopereerd, dus zo verwonderlijk waren die steeds vaker voorkomende valpartijen in de laatste jaren niet.

Ook voor de hoofdpijn en nekklachten werden steeds nieuwe redenen bedacht. Tot vorig jaar op 19 september, dezelfde dag waarop hij in 1979 naar Libanon werd uitgezonden, een hersentumor werd geconstateerd waartegen geen strijd meer te voeren was.

Wrang genoeg kwam daardoor de beslissing in een ander eeuwig gevecht dat hij had gevoerd voor hemzelf te laat. Vorig jaar zegde het ministerie van defensie na eindeloos getouwtrek toe schadevergoedingen aan veteranen te betalen vanwege gebrek aan voorlichting en hulpverlening voor, tijdens en na de Libanonmissies.

Bron: http://www.trouw.nl

Rob Velthuis 3 april 2017