Iedere-militair-heeft-een-ander-verhaal: “Ieder mens is een verhaal”

Veteraan en drager van het Draag Insigne Gewonden Remko Lust (1973) werkte ruim acht jaar voor Defensie en werd twee keer uitgezonden naar Bosnië (voormalig Joegoslavië). Zijn militaire dienst startte in 1993 met de opleiding luchtmobiele brigade en in 1995 was hij gestationeerd in Srebrenica, waar zijn bataljon de taak had de enclave te beschermen. Remko werkte er als monteur infanterist. De eerste vijf maanden was er niet veel aan de hand, maar langzaamaan schroefden de Serviërs de druk op. Tot dat fatale moment in het voorjaar van 1995. De luchtsteun waar meerdere malen om werd gevraagd, bleef uit en in de ochtend van 11 juli trok Ratko Mladic (van 1992 tot 1995 opperbevelhebber van de Bosnisch-Servische troepen) de enclave in.

“We wisten al eerder dat het niet goed zat, maar van wat er precies gaande was, hadden we geen idee. Het werd ons ook niet duidelijk gemaakt. De bevoorrading was door de Serviërs stopgezet. Onze brigade was al meer dan gehalveerd, omdat de Serviërs de militairen die terugkeerden van verlof niet meer doorlieten.
Wat je op zo’n moment doet? Roeien met de riemen die je hebt. We leefden op crackers en noodrantsoen, tel daar de nodige stress en spanning bij op. Ik ben in twee maanden negen kilo afgevallen. Op die bewuste nacht vielen de Serviërs binnen. We hadden geen idee wat er gebeurde en werden een bunker in gedirigeerd. Sta je daar als jonge korporaal, 19 jaar was ik. De pleuris breekt uit en je weet niet wat je te wachten staat. Op zo’n moment gaat er heel veel door je hoofd, je vreest het ergste, vooral omdat je beseft dat je met je tien patronen niet veel begint tegen een heel leger. De situatie was buitengewoon angstig en onwerkelijk. We kenden de reputatie van de Serviërs en we wisten dat er spanningen waren, maar dat die al zo hoog waren opgelopen, hadden we niet verwacht.

Redelijk snel pakten wij onze taken weer op. Je probeert er het beste van te maken. Maar ik was op mijn hoede. Moslimvluchtelingen klopten bij ons aan en we probeerden ze daar waar het kon te helpen. Ze vluchtten de bossen in, waar zij, zo hoorden we later, in koelen bloede zijn doodgeschoten. Op een gegeven moment werden in de enclave de mannen van de vrouwen en kinderen gescheiden. In bussen werden ze naar veiligere plekken gereden, werd ons verteld. Achteraf bleek dat er zeker 8000 mensen zijn vermoord. Natuurlijk hadden we ze niet laten gaan als we hadden geweten wat er met ze ging gebeuren. Daar heb ik mijn trauma aan overgehouden.

De bussen moesten worden voorzien van brandstof. Diesel hadden de Serviërs nodig. Ik zat op dat moment op een heftruck, reed naar de bevoorrading, pakte met de heftruck een pallet in de veronderstelling dat het diesel was. Het bleek benzine te zijn. Niet wetende dat ik de verkeerde brandstof bij me had en met de gedachte dat deze klus zo geklaard zou zijn, reed ik zonder bescherming buiten de poort. Daar hadden de Serviërs al snel in de gaten dat het de verkeerde brandstof was, zij dachten dat er opzet in het spel was. Ik kreeg meteen de loop van een geweer tegen mijn hoofd. Hoe moest ik me daar uitpraten, want het Servisch beheerste ik niet. Zo’n vijftig opgefokte Serviërs stonden er om me heen te schreeuwen. Je weet niet wat iemand met zo’n wapen doet. En als híj niet schiet, doet misschien één van die andere opgefokte mannen het. Die spanning is niet te beschrijven. Gelukkig, gelukkig mocht ik terug om de juiste pallet te halen.

De hele ontruiming van de enclave heeft twee weken geduurd. Toen waren wij vrij om te gaan. Het heeft nog eens twee weken geduurd voordat we naar huis gingen. Langzaamaan werd duidelijk wat er zich daar in Srebrenica had afgespeeld. De VN had iets kunnen doen en heeft dat niet gedaan. Alles werd op ons afgeschoven en dat verhaal speelt nog steeds. In Zagreb vierden we feest, omdat we blij waren dat we vrij waren. Achteraf zijn we daar op afgerekend. Thuis werden we aan ons lot overgelaten. Ik heb wel een gesprek gehad, maar ze wisten niet wat ze met me aan moesten. En niet alleen ik, ook de andere militairen kregen weinig tot geen hulp.

Tot 2010 heb ik me afgereageerd op mijn werk. Nadat ik in 2001 bij Defensie ben afgezwaaid, ben ik bij een bergingsbedrijf gaan werken. Ik maakte meer dan honderd uur per week. Alleen op die manier lukte het me om nergens aan te hoeven denken. Even rust nemen zat er niet in, dan kwam alles eens zo hard op me af. Ik had paniek- en angstaanvallen, dronk, maakte me voortdurend druk om niets en was verbaal agressief. Op zo’n moment ging het licht uit, daar kon ik niets aan doen. Diegene die tegenover me stond was de pineut. Gelukkig heb ik me altijd kunnen beheersen, verbaal was ik agressief, maar ik heb nooit iemand mishandeld. Achteraf was ik stukjes film kwijt, heel beangstigend dat dat kon gebeuren.
Ik heb Angela, mijn vrouw, na mijn diensttijd leren kennen.”

Angela: “Ik wist dat Remko in dienst had gezeten, maar ik kende niet het hele verhaal. Ik was pas twaalf toen zich dat allemaal afspeelde in Srebrenica. Daarom ben ik er over gaan lezen, om Remko een beetje te kunnen begrijpen. Dat lukt natuurlijk niet, maar voor mijzelf werd wel het één en ander duidelijk. De gebeurtenissen verklaarden zijn gedrag. Ik wist dat er een andere persoon in hem zat en dat zijn verbale agressiviteit een reden had. Daarom gooide ik deze relatie niet weg, ik wilde weten wat erachter zat en wat ik kon doen.”

Remko: “In 2010 veranderde alles. Ik kreeg een hersenbloeding en lag twintig minuten bewusteloos op straat. Gelukkig ben ik er goed uitgekomen. Ik kwam thuis te zitten en dan besef je dat je iets moet doen. Ik ging naar de psychiater, maar omdat ik geen prater ben, konden ze me ook daar niet helpen. Voor de hersenbloeding heb ik ook wel een paar keer om hulp gevraagd, maar het is niemand gelukt me aan het praten te krijgen. Uiteindelijk heb ik wel iets aan al die therapieën gehad. Ze geven je tips en tools om met het trauma te leren leven, want ik kom er niet vanaf. Ik weet er nu wel mijn weg in te vinden.
Ik ben vaak afgerekend op die agressieve buien. In die periode heb ik iemand leren kennen, hij is nu een goede vriend, maar hij zei wel eens: ‘ik moest jou niet. Totdat ik je leerde kennen en wist waarom je je zo gedroeg’. Hij heeft me geaccepteerd zoals ik ben en nu kunnen we lezen en schrijven met elkaar. Hij gaf me een kans. Ik ben ook heel veel vrienden kwijtgeraakt door mijn gedrag. Ik vertelde wel eens iets, maar liet nooit het achterste van mijn tong zien. Ook nu niet. Alleen Angela kent het hele verhaal. Dat zwijgen is een soort bescherming die je opbouwt, die emoties wilde ik met rust laten. Gelukkig gaat het nu een stuk beter met me.

De hersenbloeding heeft daar een grote rol in gehad. De emoties die ik voorheen niet kon tonen, komen er nu wel uit. Dat was heel erg wennen, ik ben een heel andere persoon, ik herken mezelf vaak niet.
Had ik die hersenbloeding niet gekregen, was ik nu nog lang niet zo ver met de verwerking. Was ik blijven werken, werken, werken. Nu moest ik noodgedwongen thuisblijven en moest ik wel nadenken. Een geluk bij een ongeluk, dat klinkt heel raar, maar het is wel zo. Andere zouden zich afvragen ‘waarom gebeurt mij dit’. Ik zeg: ‘gelukkig is me dit overkomen’.
De rollen waren ineens omgedraaid, Angela werd kostwinner en ik ging het huishouden doen. Af en toe kwamen de muren op me af, maar ondertussen heb ik het nu veel drukker dan voorheen in mijn werk. Aan de hersenbloeding heb ik een paar kleine dingen overgehouden, zo heb ik wat problemen met concentreren en kom ik af en toe niet lekker uit mijn woorden. Maar ik mag me gelukkig prijzen dat ik nog rondloop.

Eens in de zoveel tijd kan ik bij een maatschappelijk werkster mijn verhaal kwijt. Af en toe raakt het ‘emmertje’ toch weer vol, dat kan door verschillende dingen gebeuren. Laatst werd er hier in de straat een gebouw gesloopt. Ik werd gek van het geluid van de graafmachines en afboorhamers. Ik dacht dat ik weer in oorlogsgebied zat, kreeg flashbacks, herbelevingen en ik ben het huis uit gevlucht. De hele dag heb ik door de omgeving gereden. Voorheen zou ik die man uit zijn graafmachine hebben gesleurd. Nu weet ik op tijd aan de rem te trekken en oplossingen te zoeken. Maar daar gaan jaren overheen voordat je dat stadium hebt bereikt.

Het trauma en ook de stempel PTSS die daar later op is gedrukt, raak ik nooit meer kwijt. Daar ben ik niet trots op. Maar ik weet nu wat er aan de hand is en wat ik kan doen om een redelijk normaal leven te leiden. Ik loop niet graag te koop met dit verhaal, en er zijn weinig mensen die mijn verhaal echt kennen. Drie jaar geleden was me dit ook nog niet gelukt. Nu betekent dit moment, het verhaal voor een deel in de openbaarheid brengen, een stukje afsluiting.

Angela: “Mensen zien alleen de buitenkant, een boos kijkende man, vol tatoeages, maar Remko is een lieve man met een klein hartje. Als meer mensen leren om te kijken naar wie er werkelijk achter een persoon schuilgaat, zou het er in de maatschappij heel anders aan toe gaan.” Remko: “Geef iemand een kans, ga niet alleen op het uiterlijk of het gedrag van iemand af. Heb ik zelf ook gedaan hoor, maar dan kwam ik erachter wat die persoon dwarszat of had meegemaakt en bleek het een toffe peer te zijn. Ik doe nu vrijwilligerswerk in een zorginstelling bij jongens en meiden met een rugzak, zoals dat wordt genoemd. Omdat ik uit ervaring weet dat er tien verschillende oorzaken schuil kunnen gaan achter bepaald gedrag, begrijp ik ze, ik veroordeel ze niet.
Tijdens het samen koken of andere gezamenlijk activiteiten, komen de verhalen los, soms geloof ik gewoon niet wat ik hoor, vreselijk wat mensen elkaar aandoen. Door mijn trauma en mijn ervaringen begrijp ik die jongeren. Zij leren mij weer om anders naar mijn trauma te kijken en om weer eens andere dingen uit te proberen om alles onder controle te houden.
Daarnaast heb ik Stichting Veteranen Brunssum opgezet en heeft er vorig jaar voor de eerste keer een Veteranendag plaatsgevonden; om de gewone burgers te laten zien dat veteranen niet per definitie oude mannen zijn die in de Tweede Wereldoorlog hebben gevochten. Maar dat er heel veel jonge mannen en vrouwen zijn uitgezonden naar Mali, Afghanistan en Irak om maar eens iets te noemen. Die knul of die jonge vrouw met dat kind op de arm achter je bij de kassa kan een veteraan zijn. Zij hebben misschien verschrikkelijke dingen meegemaakt, hebben ellende gezien en zijn daardoor gevormd. Sta daar eens bij stil, is de boodschap van de stichting.
Niet iedere militair is, zoals ik, psychisch gewond, iedere militair heeft zijn eigen verhaal.
Militairen kennen een nauwe kameraadschap, we begrijpen elkaar, een half woord is genoeg, sterker nog, we hoeven helemaal niet met elkaar te praten om elkaar toch te begrijpen. In de burgermaatschappij sta je alleen, de burger snapt je niet. Ik heb wel eens geprobeerd om mijn verhaal te vertellen. De reactie was: had je maar geen militair moeten worden, je hebt er toch voor gekozen. Klopt, maar ik heb er niet voor gekozen om in oorlogsgebied gebied te verblijven en ook niet voor een trauma. Daar weten ze geen raad mee. Men weet niet wat oorlog is, ja, dat wat ze op tv hebben gezien, maar dat is niet altijd de realiteit.

Nu pas begrijp ik de mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Die bij vuurwerk onder de tafel zaten. Dat deed ik ook, ik schrok van een harde klap, in een mensenmassa raak ik in paniek en vlucht ik weg omdat ik me opgesloten voel. Als we als gezin uit gaan eten, kijk ik in het restaurant meteen hoe ik moet gaan zitten. Nooit met de rug naar de deur, geen mensen achter me. Klinkt het maandelijkse luchtalarm, ben ik in paniek, als ik een vliegtuig hoor, weet ik binnen een paar tellen waar het zich bevindt, met het openbaar vervoer reizen zit er voor mij niet in. Maar hier valt mee te leven. Zoals het nu gaat, gaat het goed. Ondanks trauma’s en herinneringen.”
Als mensen je al een beetje proberen te begrijpen, scheelt dat al heel veel. Ik ben blij met de mensen om me heen, blij met de steun van Angela, familie en vrienden. Ik weet niet waar ik zou zijn geweest zonder die steun..

Ik zag als een berg op tegen dit interview, ik heb ook niet alles verteld, sommige dingen zijn te persoonlijk. Maar ondanks de moeite is ook dit weer een stukje verwerking. Misschien zijn er mensen die dit verhaal lezen en denken ‘ik sta toch niet alleen’. En dat klopt, ieder mens heeft zo zijn of haar problemen, maar als iedereen erover zwijgt, weet die ander van niets, terwijl het vertellen van je verhaal juist begrip kweekt.”

Bron: http://iedermensiseenverhaal.santekst.nl