Nieuwe toekenningsrichtlijnen Draaginsigne Gewonden

dignieuwDe richtlijnen voor het toekennen van het Draaginsigne Gewonden (DIG) zijn met ingang van eind februari gewijzigd. De belangrijkste aanvulling is een uitgebreide omschrijving van de term gevechtshandeling. Een vorm van gevechtscontact of excessieve geweldsuitoefening tegen de gewonde militair is namelijk een essentiële voorwaarde voor de mogelijke toekenning van een DIG. Het gaat niet om een wijziging van de criteria, maar een verduidelijking van de richtlijnen die worden gebruikt bij het toetsen aan de criteria.

“Met deze wijzigingen willen we duidelijk maken aan de mogelijke aanvragers van het DIG (en hun eventuele commandanten) wat de beslissingsgronden zijn voor een toekenning”, zegt Genmaj b.d. Ton Tieland. Hij is voorzitter van de Centrale Adviescommissie Draaginsigne Gewonden (CADIG). Vaak ziet hij aanvragen van (ex-)militairen die met verwondingen of een post-traumatisch stress-syndroom (PTSS) terugkomen van een missie. Door de verwonding menen zij recht te hebben op het draaginsigne.

Dat is helaas niet altijd het geval volgens Tieland. “De verwonding of PTSS kan erkend worden en ook leiden tot een Militair Invaliditeitspensioen. Maar als de PTSS bijvoorbeeld is veroorzaakt door het zien van schokkende beelden en niet als direct gevolg van een gevechtshandeling tegen de gewonde militair, komt diegene niet in aanmerking voor het DIG. Iedere afwijzing is vervelend, zeker voor de aanvrager, maar we moeten consequent zijn.”

Veteranenloket

De oprichting van het veteranenloket in juni 2014 zorgde ook voor een toevoeging in de richtlijnen. Het loket speelt een centrale rol bij de DIG-aanvraag van voormalige militairen. “Een zorgcoördinator binnen het loket kan de veteraan helpen met het invullen van de aanvraag. En ook duidelijk maken of die voldoet aan de hoofdcriteria van de richtlijnen. Om zo eventuele teleurstellingen te voorkomen”, zegt Tieland.

Een derde belangrijke toevoeging is de term ‘binnenlandse militaire en/of politionele operaties’. In de oude richtlijnen waren ‘oorlogsomstandigheden of daarmee overeenkomende situaties’ omschreven voor de eventuele toekenning van het draaginsigne. Tieland: “Nu zijn binnenlandse operaties in het kader van de bescherming van de rechtsorde tegen bedreigingen zoals gijzelingen en kapingen beter verwoord”. Ook bij dergelijke militaire en/of politionele operaties kan er sprake zijn van gevechtshandelingen.

 

Bron: http://www.defensie.nl, 09-03-2015 | 10:46.