Veteranen en de erkenning van het psychisch trauma

trauma samenlevingDe brede erkenning van de ingrijpende psychische gevolgen van schokkende gebeurtenissen wordt vaak toegeschreven aan de druk die slachtoffers van de Holocaust, de oorlog in Vietnam en de vrouwenbeweging in de jaren zeventig van de vorige eeuw uitoefenden op de publieke opinie en de overheid.  Het was niet voor niets dat PTSS werd erkend in de DSM in 1980. Het samengaan van deze diverse bewegingen en pressiegroepen van slachtoffers was zeker belangrijk, maar de ontwikkeling had een voorgeschiedenis, waarin vooral veteranen en psychiaters die het voor hen opnamen een sleutelrol hebben gespeeld. Zonder hun inzet, waren beroepsverenigingen van psychiaters en  over­heden waarschijnlijk niet bereid geweest om PTSS te erkennen. Ik zal dit toelichten.

Oorlogen zijn een sterke drijfveer om de publieke opinie te mobiliseren en overheden in beweging te brengen om middelen vrij te maken voor hun legers. Veel staten hebben zich in het verleden in de schulden gestoken om oorlogen te financieren en hun eer te vergroten of te redden. De nationale eer werd met de ontwikkeling van grote sterke staten steeds belangrijker. De industriële oorlog die opkwam vanaf 1850 met massale mobilisatie van de bevolking, massale aanvoer van materieel en troepen en massale vernietiging bracht hierin verandering. De nadruk op eer bleef wel bestaan, maar het leed van de slachtoffers kwam meer in beeld, vanwege de grote psychische uitval, er meer soldaten in leven bleven na verwondingen door betere medische zorg en grote epidemieën door betere hygiëne minder slachtoffers eisten. De Krimoorlog van 1853 tot 1856 liet de eerste massale verschrikkingen zien (Sebastopol, Imkerman), kort daarna gevolgd door de Ameri­kaanse Burgeroorlog (Gettysburg). De echte doorbraak kwam echter met de Eerste Wereldoorlog. toen de verschrikkingen massal in beeld kwamen die de overlevende veteranen niet meer konden verdragen.

De Eerste Wereldoorlog dwong de deelnemende landen om veel meer te doen aan herdenking. Er werden op grote schaal monumenten geplaatst en herdenkingsplechtigheden gehouden ter ere van de gevallenen, denk aan de Menenpoort in Ieper waar nu nog elke avond wordt herdacht of de Engelse begraafplaatsen in Noord Frankrijk die per contract tot de eeuwigheid onderhouden blijven worden. De landen werden echter ook gedwongen meer te doen aan de psychische schade van de veteranen zelf. Dit is te zien aan de oprichting van de American Legion, een Amerikaanse vetera­nenorganisatie opgericht door de zoon van president Theodore Roosevelt in 1918 toen hij kort na de oorlog nog in Parijs verbleef.  De Legion was een voortzetting van De GAR, de veteranenorganisatie uit de Burgeroorlog, maar werd voor het eerst echt massaal. Ze had binnen een jaar 800.000 leden, binnen luttele jaren zelfs miljoenen. Zij kreeg gedaan dat veteranen allerlei voorzieningen kregen, zoals in 1923 de Veterans Administration met ziekenhuizen, uitkeringen etc.

Naast de eer werd nu het psychisch leed een breed onderwerp van gesprek en het waren vooral artsen die met veteranen werkten, die opkwamen voor de slachtoffers. Natuurlijk was er tijdens de oorlog ook het een en ander gebeurd en hadden experts als Myers en Rivers in het Engelse leger en Salmon in het Amerikaanse leger zich ingezet en was er al eerder geschreven over trauma’s bij ongelukken en geweld in gezinnen. Maar veel erkenning in het Engelse leger was er niet en Myers werd op een zijspoor gezet.  Met de Legion was er een definitieve doorbraak. Aangezien de VS in de 20e eeuw voortdurend in oorlogen verwikkeld waren en de machtigste natie op aarde werden, nam de invloed van de veteranen en hun organisaties alsmaar toe.  Psychiaters die veteranen hielpen kregen hierin een beslissende stem. Zij waren nog een kleine kring, vrijwel allemaal psychoanalytici waarvan er twee (Kardiner en Grinker) nog in analyse waren geweest bij Freud.

De psychoanalytische beweging in de VS was sterk in opkomst en veel psychiaters waren psycho­analytici en zorgden voor veel bekendheid. Hierbij kwamen in de jaren dertig en veertig veel gevluchte psychoanalytici uit Europa bij, die uitweken voor de nazi’s. Zij waren niet allemaal progressief, vaak zelfs orthodox, maar enkelen onder hen waaronder vooral Franz Alexander, de eerste hoogleraar in de psychoanalyse in Chicago, waren zeer ruimdenkend en leidden veel psychia­ters op waaronder de beroemde broers Menninger (Karl werd adviseur voor de presidenten Truman en Kennedy, Wil werd in de Tweede Wereldoorlog brigadegeneraal en hoofd militaire psychiatrie in het Amerikaanse leger). In dit klimaat zou de psychiater Abraham Kardiner veteranen onderzoeken  van de Eerste Wereldoor­log (in een kliniek in de Bronx in 1922)  en Roy Grinker piloten in de Tweede Wereldoorlog in Tunesië. Zij schreven de eerste standaardwerken over psychische trauma’s.

Toen de Vietnamoorlog in 1970 op zijn hoogtepunt was en er veel veteranen terugkeerden, was het Robert Jay Linton die in het progressieve klimaat in de jaren zeventig uitgebreid aandacht kon vragen voor de veteranen uit die oorlog. Het lag moeilijker, omdat deze soldaten ook regelmatig het nodige op hun geweten hadden. Toch kon Lifton met zijn collega Shatan uit New York zitting krijgen in de Task Force voor de DSM en PTSS in 1980 laten opnemen in dit classificatiesysteem, dat vervolgens grote furore zou maken. De sleutelrol van LIfton was essentieel, maar ook pas mogelijk dankzij de Legion die toen al tientallen klinieken had laten bouwen en veel steun kreeg van de overheid. Hieruit blijkt hoe belangrijk veteranen en hun organisaties waren voor de erkenning van PTSS en daarmee voor de erkenning van het psychisch trauma in moderne samenlevingen.

De erkenning van het psychisch trauma is dus sterk beïnvloed door de toename van het leed van veteranen door de industriële oorlogen die elkaar in de twintigste eeuw opvolgden en de afname van doden door verwondingen en epidemieën. Dat waren de noodzakelijke voorwaarden, maar niet voldoende. Daarvoor was het nodig dat in de opkomende VS veteranen alle kans kregen zich te organiseren en door toedoen van Theodore Roosevelt veel steun kregen bij de elite en dat de opkomende psychoanalytische beweging kansen bood aan progressieve experts die zich voor de veteranen inzetten en daar veel werk van hebben gemaakt. Overheden konden niet meer wegkijken en in de VS is er zelfs een apart ministerie gekomen voor veteranenzaken. Een onbedoeld gevolg is dat de bereidheid om legers op de grond in te zetten is afgenomen, ook als dat nodig is, door de hoge kosten voor de nazorg en de angst bij veel mannen om psychisch beschadigd te raken.

Bron: 22 februari 2014 Door , Trauma en Samenleving, weblog